| ||
MaandagmorgenElke maandag knaagt mijn wroeging. Had ik Ilse maar niet alleen gelaten…! Het zal zo’n vijftien jaar geleden zijn dat we verhuisden naar een nieuwbouwwijk in Almere. Daar kwamen ze naast ons wonen. Annemarie, een tengere, vrolijke meid, Rob, haar man - groot, blond, fors - en Ilse hun dochtertje. Het klikte direct. Hij was net zo gesloten als mijn Henk en Annemarie en ik hadden direct de grootste lol. Ilse was toen vier jaar. Een lief kindje met blonde krullen, kuiltjes in haar wangen en blauwe ogen die altijd lachten. Ik was dol op haar. We hadden zelf geen kinderen en toen Annemarie een parttime baan kon krijgen bood ik direct aan om op Ilse te passen. Ik vond het heerlijk. Tot die bewuste maandag… Het was stralend weer en we waren in de tuin. Ik zat met een kopje koffie op het terras en Ilse speelde in de zandbak. Opeens hoorde ik de telefoon overgaan. Ik zei Ilse in de zandbak te blijven en toen… Ik ben hooguit twee minuten binnen geweest, maar toen ik weer buiten kwam was Ilse verdwenen. Overal zocht ik haar en onderweg kwam ik Annemarie tegen. Ze kwam net van haar werk. Samen hebben we de hele wijk uit gekamd. We keken in alle straten en poortjes, bij de vijver. Maar nergens zagen we haar en niemand had haar gezien. Teneinde raad besloten we om nog eens thuis te kijken, of ze er al was en anders de politie te bellen. Toen we onze straat inliepen zagen we haar op het bankje voor de deur zitten. We waren helemaal opgelucht, maar toen we dichterbij kwamen zagen we dat haar haren helemaal in de war zaten en haar kleren waren helemaal verfomfaaid. Ilse reageerde niet. “Ik ben door buurman Dropjes meegenomen in de auto,” fluisterde ze. Buurman Dropjes. Een vreemde teruggetrokken figuur in onze straat, waar we soms grapjes over maakten. We keken elkaar aan en we wisten... “Ilse, wat is er gebeurd” kreunde Annemarie. “Wat heeft hij gedaan?” ”Ik mag het niet vertellen, want dan hou je niet meer van me.” Annemarie verbleekte. “Vertel het maar. Je mama houdt van je en zal niet boos zijn”, zei ik. Maar ze zei niets.. Annemarie tilde haar op bracht haar naar binnen. Ze ging zitten en begon haar zachtjes te wiegen terwijl ze haar slaapliedje zong. Ilse’s ogen vielen langzaam dicht. “Je moet naar de politie gaan”, zei ik. “Ze moeten die vent oppakken. Ik breng Ilse wel naar bed en blijf wel op haar passen tot Rob thuis is.” Voorzichtig nam ik Ilse van haar over en liep met haar de trap op naar haar kamertje. Annemarie bleef roerloos zitten. Ik legde haar in haar bedje, stopte haar lekker toe en streelde haar blonde haren. Beneden hoor de ik de deur met een klap dichtslaan. De rotzak. Ik kookte en voelde me zo schuldig! Had ik haar maar mee naar binnen genomen. Dan was het niet gebeurd... Ik ging weer naar beneden en belde Rob. Hij kwam direct naar huis. Laaiend was hij en hij wilde direct op de buurman afstappen om hem een pak slaag te verkopen, maar ik riep hem toe dat hij geen gekke dingen moest doen en dat Annemarie al naar de politie was. We kregen ruzie en hij verweet me van alles en nog wat. Maar wŕt hij me ook verweet, mijn zelfverwijt was veel erger. Doodmoe ben ik naar huis gegaan. Pas de volgende dag hoorde ik van de andere buren dat Annemarie in hechtenis was genomen. Ze had Dropjes vermoord. Zo gauw mogelijk ben ik bij haar op bezoek gegaan. Ik vroeg haar hoe ze het in hemelsnaam in haar hoofd had gehaald om Dropjes neer te steken. Natuurlijk denk je daaraan, maar het doen… Toen heeft ze me haar verhaal verteld. “Er was Kermis in ons dorp en toen ik uit school kwam zag ik dat de kramen en de botsautootjes, de zweefmolen, de golfbaan en de draaimolens weer opgebouwd waren. Het rook er heerlijk naar poffertjes en oliebollen en suikerspin. ik stond verlangend bij de draaimolen te kijken, maar ik had geen geld. Opeens zag ik oom Harmen. Hij stond aan de andere kant van de draaimolen naar me te kijken. Ik zwaaide en riep hem.!!!” Hij kwam naar me toe en vroeg of ik ook in de draaimolen wilde. Natuurlijk wilde ik dat. “Dan moet je even mee naar huis gaan. Ik moet mijn portemonnee thuis ophalen.” Het was vlakbij en ik liep blij met hem mee. In zijn huis gekomen volgde ik hem naar de slaapkamer. Daar lag zijn portemonnee, zei hij en toen…” Annemarie viel stil, ze zuchtte diep en vervolgde: “Ik kreeg twee gulden van hem, maar ik ben niet meer naar de kermis teruggegaan. Terwijl oom Harmen het geld in mijn handen stopte zei hij: “Denk eraan dat je het nooit aan je ouders vertelt, want dan worden ze heel erg boos op je en houden ze niet meer van je.” En toen Ilse zei dat ze niets mocht zeggen...! Ik was ziedend! Uit de keukenla heb ik een groot mes gepakt en heb bij hem aangebeld. Hij deed open en deinsde achteruit toen hij me zag. En ik…, ik stak…, ik stak… en ik stak… Ik stak voor Ilse. En… ik stak voor mezelf...! Ik stak Dropjes en ik stak oom Harmen en al die andere smeerlappen die met hun handen niet van kleine kinderen af kunnen blijven… Toen het tot me doordrong dat hij op de grond lag ben ik nog met het mes in mijn handen en onder het bloed naar de politie gegaan.” Annemarie stokte en ik vroeg me af of ik zelf anders gehandeld zou hebben. Elke maandag bezoek ik haar trouw. Haar man is met Ilse en de nieuwe oppas een nieuw leven begonnen in Amerika. Toch maakt Annemarie me nooit verwijten als ik haar bezoek. Maar elke maandag knaagt mijn wroeging. Had ik Ilse maar niet alleen gelaten...! | ||
| Laatst bijgewerkt: 21-12-2007 11:17:13 Copyright © 2005/2007 IRINA Alle rechten voorbehouden. | ||